1. 23 december 1988

Het leven van een columnist is niet eenvoudig, want het zal je maar gebeuren, dat je eerste column net een paar dagen voor het kerstfeest wordt geprogrammeerd. In zo'n eerste column zou je jezelf als columnist moeten voorstellen, vertellen wie of wat je bent en wat je eigenlijk wilt met je column. Agnes heeft daar recht op. Het is tenslotte haar programma. Maar het onderwerp 'column' verdient een eigen hele column. Dus moet ze maar even wachten. Misschien volgende week, maar ik beloof niets. Volgende week is het tenslotte bijna oudjaar, en dan ga je het toch niet over de column hebben. En de vrijdag daarna valt aan het einde van een week waarin ik een eindeloze reeks van nieuwjaarsrecepties moet zien te overleven, dus ik ben bang, dat de 'column' ook dan niet aan de orde zal komen.

Maar deze column valt vlak voor de kerst. Ik kan het daarom niet over deze triviale zaken gaan hebben. De sfeer roept om hogere gedachtes. Aan de andere kant echter, bedenk ik me nu, zit u toch ook niet te wachten op alweer een kerstgedachte. Daar wordt u in deze tijd toch wel mee bestookt. Toen ik vorige week op weg was naar een vergadering van de Dirk van Eckstichting en net de discodreun van een platenzaak aan de Haarlemmerstraat achter mij had gelaten, hoorde ik een groepje mensen kerstliederen zingen en even verderop aan de Aalmarkt een andere groep met een demonstratief neergelegde hoed voor hun op straat impliciet verzoekend om geldelijke vergoeding voor de kerstboodschap, die zij door middel van het zingen van kerstliederen verkondigden, tenminste een poging daartoe deden. Een eeuwenoude kerstboodschap van vrede op aarde, onder de aandacht van u en mij gebracht op zo'n koopavond. Maar ik zag niemand, die even peinzend voor zich uit staarde en stil bleef staan bij de deuren van het gerenommeerde warenhuis, maar integendeel, iedereen liep snel door. Misschien weten de mensen, dat de gedachte toch, als iets onvermijdelijks, op hen af komt. Het kerstlied dreunt toch wel over de radio en televisie of via de eigen CD door de huiskamer. Maar het kan ook zijn, dat die traditionele kerstgedachten u helemaal niet bezighouden. Kerstgedachten over oorlog en vrede zijn door de nieuwe wind, die uit het oostblok waait, wat minder actueel. De Russische beer deed immers voor de Verenigde Naties relevante voorstellen tot ontwapening en daardoor vermindert een belangrijke oorlogsdreiging. Ikzelf denk, dat bij u en vele anderen de kerstgedachte niet zozeer gaat over oorlog en vrede, maar over het milieu. Het is toch iets moois, dat toevallig -is het wel toevallig?- in deze dagen het ene rapport van een overheidsinstelling na het andere wordt uitgegeven. Het ene bevat nog meer rampspoed dan het andere. Het gaat slecht, zeer slecht met ons milieu. Door het broeikaseffect rijst de zeespiegel en u en ik, of anders de kinderen zullen binnenkort kopje onder gaan en het verdwijnen van de ozonlaag zal het aantal huidkankergevallen drastisch doen stijgen. Wat zullen uw gedachtes daarover zijn, lezer. Zo ziet u maar weer: toch een kerstgedachte. Ik ben nu eenmaal Nederlander en dus een moralist. Altijd moeten wij, Nederlanders, een moraal, stoppen in wat wij zeggen. Waarom heb ik het niet gewoon gehad over het literaire fenomeen 'de column'. Of zou daar ook weer een moraal in zijn gestopt?