15. 31 maart 1989

Het is niet de eerste keer, dat ik het heb over initiatieven, die met name in rond Leiden liggende gemeentes worden genomen ter leniging van de grootste noden onder de minima. Nu hoorde ik van de week in 'Leiden Vandaag de Dag' dat een gemeente, ik meen Voorschoten, een stichting heeft opgericht, waarin naast maatschappelijke organisaties en de desbetreffende gemeente, ook de kerken zitten. Deze stichting beheert een fonds, dat kan worden aangewend om de minima de helpende hand te bieden. Ik twijfel geen moment aan de goede bedoelingen van desbetreffende gemeenten en aan de integriteit van de betrokkenen. Oude vakbondsleden hebben mij van vroeger verteld: over het rijwielplaatje met een gaatje erin als uiterlijk kenteken, dat je vrijgesteld was van de rijwielbelasting en dat was je alleen als je in de steun zat. Met dat gaatje in je plaatje zag iedereen tot welke maatschappelijke klasse je behoorde, wie je was en, vooral, wat je was. Nog steeds worden de oude vakbondsleden kwaad als ze terugdenken aan de vernederingen, die ze toen ondervonden. De katholieke vakbondsleden winden zelfs nu nog op als ze vertellen, dat ze 's zondags bij de pastoor een droog brood konden krijgen, voor niets weliswaar, maar meneer pastoor moest je wel gezien hebben in de mis. Ze denken terug aan hun kinderjaren, waarin ze de armoede aan den lijve ondergingen en toen besloten hebben, dat ze ten strijde moesten trekken tegen zo'n afgrijselijke situatie. Hun kinderen moesten het beter krijgen. Met vreugde zagen ze hoe vader Drees in de vijftiger jaren het stelsel van de sociale voorzieningen opbouwde en hoe in de zeventiger jaren Den Uyl dat stelsel verder uitbouwde. Met ingehouden woede en met allerlei emoties moesten ze toezien hoe Van Agt en Lubbers met grote voortvarendheid het voor hun zo kostbare sociale vangnet tot de grond toe afbraken terwille van vergroting van de winsten van het bedrijfsleven. En net zoals ruim vijftig jaar geleden waren ze machteloos. Niemand die voor ze opkwam. Ze haalden hun kinderen van de clubs en trokken zich terug in hun isolement. Links had geen macht en de vakbeweging had haar handen vol aan het op peil houden van de koopkracht van de werknemers en vergaten, ik geef dat grif toe als vakbondsman, daarbij de belangen van de uitkeringsgerechtigden. Nu gaan de ogen open en komen er gelukkig steeds meer mensen, die de schrijnende situatie van de minima onder ogen zien. De vakbeweging en de linkse partijen, waarom zijn toch altijd de linkse partijen en nooit de rechtse of de christelijke, waarvan je het toch zou verwachten, want dat van die Samaritaan moeten ze toch kennen.

Of de weg van de liefdadigheid de juiste weg is, waag ik ernstig te betwijfelen. Hoe graag Lubbers en de zijnen dat ook zien, de oplossing voor het probleem van de armoede moet struktureel zijn, dus verhoging van de uitkeringen. Toch is het heel goed, dat gemeentes in actie komen. Een duidelijker aanklacht tegen het sociale wanbeleid van de regering is moeilijk denkbaar. De wethouders van de desbetreffende gemeentes doen er beter aan om hun hun politieke geestverwanten een niet mis te verstane brief te schrijven, waarin zij onomwonden te kennen geven, dat zij in hun gemeente de bittere armoede hebben moeten vaststellen, dat zij dat verschijnsel niet binnen hun gemeente wensen en dat zij verwachten, dat de regering daar zo snel mogelijk iets aan doet.