19. 28 april 1989

Als ik deze column uitspreek, staat Leiden weer eens op zijn kop. Leiden loopt. Leiden doet aan sport. De in vorige eeuwen aangelegde verdedigingswerken rond de stad vervullen in het moderne Leiden een geheel andere funktie: als parcours voor een sportevenement. Had Valdez, de Spanjaard, die de stad ruim 400 jaar geleden belegerde, dat maar geweten. Had hij zijn manschappen maar in looppas rond de stad laten lopen, dan had zij voor hem open gelegen, want heel Leiden, met Van der Werff voorop, had met ze meegelopen, en dan had Valdez de stad zo kunnen innemen. Gelukkig is dat niet gebeurd, want anders zou de 3-oktober-viering er zo saai uitgezien: in plaats van de grote middagoptocht was er dan ieder jaar een singelomloop geweest en had de plaatselijke krant iedere laatste vrijdag van april een grote middagoptocht moeten organiseren en zegt u nu zelf: zouden ze daar wat van gemaakt hebben?

U hoort, dat ik naarstig geprobeerd heb om een wetenschappelijk verband te leggen tussen de singelloop en de stad Leiden en dat verband zoek ik natuurlijk in het beleg. Waar moet je het anders zoeken. Trouwens is Leiden wel zo sportief? Ik bedoel maar: er is een verdienstelijke of, laat ik voorzichtiger zijn, er zijn verdienstelijke voetbalclubs, maar er is geen betaald voetbal in Leiden. Een ernstige tekortkoming van de stad, daar moet de wethouder eens wat aan doen. Want aan het gebrek aan talenten ligt het niet. Bekende voetballers komen uit Leiden, ik denk aan, hoe heettie ook al weer, Willem Rijsbergen. Gerben Karsten trouwens, maar die is wielrenner, komt ook uit Leiden. Ik bedoel maar. Ik noem er zo al twee bekende namen. En ik weet zeker dat, als ik verder nadenk, er zo nog meer uit mijn mond rollen.

Leiden is in dat opzicht toch wel weer een aardige stad. Zij is op momenten als deze eigenlijk geen stad meer, maar een dorp. Probeert u nu maar eens de stad binnen te komen. Al het verkeer ligt stil, belangrijke interlokale buslijnen moeten op kruispunten wachten, tot de hollende Leidenaren zijn voorbijgesneld. En omdat de singel nu eenmaal de hele stad omsluit, is de stad vanavond van de rest van Nederland afgesneden. Niemand kan er in of uit, een soort beleg dus. Leiden is een echte stad met dorpse kenmerken. Het is dynamisch en stedelijk, maar tegelijk overzichtelijk. Het is barstens vol talent en energie. Leiden is een stad met potentie en waar veel in gebeurt. Het heeft veel bewoners binnen de singels, tenminste na afloop van de singelloop, die tot veel in staat zijn. Dat geldt ook voor de kinderen en voor de jongeren, die in deze stad opgroeien en die laten zien wat ze kunnen. Dat is juist zo verademend, omdat ik toch wel enkele keren per jaar over Leiden moet horen wat een achterlijke stad dat is. Het is een stad vol armoede met apathische inwoners, met een extreem hoge werkloosheid. Een achtergebleven en achterblijvend gebied tussen de dynamische groeicentra Amsterdam en Rotterdam. Soms wordt dat mij zo overtuigend verteld, dat ik er haast zelf in ga geloven. Daarom vertoef ik graag op zo'n avond als deze rond het singelloopgebeuren en sla ik het bruisend bewegen van al die sportieve stadgenoten gade. Het losmaken van de benodigde spieren, al of niet met een handstand tegen een lantaarnpaal, en de opwarmrondjes van de fanatiekeling en de patatetende in blitzend trainingspak geklede plezierloper. Ik vind het prachtig om naar te kijken.