2. 30 december 1988

Mensen die mij kennen, weten, dat ik een beetje rommel in de marges van de Leidse politiek. Ik houd mij dan bezig met de problemen rond de werkgelegenheid en werkloosheid in onze stad. Het afgelopen jaar heb ik daarover veel vergaderd en stukjes geproduceerd over die onderwerpen. Wat mij, terugblikkend op het nu bijna voorbije jaar, opvalt, is, dat er zo ontzettend weinig gebeurt in Leiden. Het lijkt wel of er een algemene apathie heeft toegeslagen. Een soort berusting, een acceptatie van de bestaande toestand. Zelfs heb ik wel eens horen zeggen, dat de samenleving zal moeten leren leven met een groot aantal werklozen, waar geen oplossing meer voor kan worden gevonden, dat, zoals dat heet, 'onbemiddelbaar' is, dat wil zeggen: voor hen kan geen werk meer worden gevonden. 1988 was een jaar waarin geen nieuwe initiatieven werden genomen om de werkloosheid in de stad te bestrijden. Geen opening van nieuwe mogelijkheden voor Leidse werkzoekenden. Dat de cijfers van het Gewestelijk Arbeidsbureau dalen is niet de verdienste van onze stedelijke overheid, maar van het teruglopen van het aantal jongeren door de geboortedaling en ook van de moedeloosheid van de vrouwen, die zo onderhand wel weten, dat zij toch niet aan de bak komen en dat het dus weinig zin heeft zich als werkzoekende in te schrijven. De gemeente probeerde enig soelaas te bieden met het aantrekken van kantoren, waar 'schuttersveste' bij het station het resultaat van is, maar de toeloop is, mede door de moordende concurrentie van andere gemeentes, veel minder dan verwacht. Dit beleid moet je dan ook als mislukt beschouwen. Dan is er nog de high-tech, het troetelkindje van het werkgelegenheidsbeleid van de gemeente. Ik haal mijn schouders daar over op. Wat moet de stad daar mee. Van mij mag de gemeente. Ik zal niet moeilijk doen. Maar Leiden heeft er niets aan. Het effect op het aantal werkzoekenden is vrijwel nihil. Een schoonmaker en een koffiejuffrouw zullen daar misschien terecht kunnen. Ik vraag mij daarom wel eens af, of de gemeente door het initiëren van dit soort projecten nu het belang van de stad voor ogen heeft, of alleen maar een statusverhoging, een vergroting van het aanzien van de stad. Ik bemoei daar niet meer mee. Ik kijk naar de koele cijfers van het arbeidsbureau en ik merk, als lid van de W.S.W.-commissie, dat er voortdurend mensen aankloppen bij de Zijl Bedrijven, de Leidse enclave in Leiderdorp, met de vurige hoop daar een werkplek te vinden waar zij kunnen neerstrijken. Hun noodkreet "werk is heel belangrijk voor me, want zonder dat kan ik mijn leven geen inhoud geven" wordt daar veel gehoord. Arbeid moet de stad hebben, werkzoekende bewoners hebben uitzicht en perspectief nodig. Alleen een relevante toename van werkgelegenheid betekent voor hun een oplossing.

Niemand mag met enige zelfvoldaanheid terugkijken op het afgelopen jaar. Voor de werklozen is niets gebeurd. De werkloosheidssituatie van Leiden is nu even beroerd als in januari. En dat terwijl veel uitkeringsgerechtigden steeds dieper in de financiële modder wegzinken door bezuinigingen van de overheid. Ik wens iedereen, die, op welke wijze dan ook, actief is voor deze groep stadsgenoten, hetzij binnen de politiek in de Leidse gemeenteraad of in het bestuur van de stad, hetzij binnen de vakbonden, werkgroepen, commissies en instellingen, veel nieuwe energie en werklust toe.