20. 12 mei 1989

Het was me een weekje wel, waarin je het als columnist van Leiden Lokaal erg moeilijk hebt. De onderwerpen dienden zich achter elkaar aan. Zo was er de zeppelin, die de gemeente boven het stadhuis had hangen om het project 'Schone stad' onder de aandacht te brengen en die uit het luchtruim is geschoten. Boze tongen beweren, dat dat door studenten vanaf de Burcht is gebeurd, maar, heren studenten, ga nou niet naar de Nieuwe Rijn om jullie buks op mijn persoon te richten, als ik straks naar buiten kom. Ik beschuldig niemand. Bovendien, ook de studio van Omroep Rijnland staat in de buurt van de Burcht.

Nee, mijn aandacht werd getrokken door een bericht in mijn lijfdagblad, waarin stond, dat de schoonmaker van de praktijkschool aan het Lammenschanspark een jurist is. Zo zie je maar weer hoe je moet uitkijken met schoonmakers, want voor je het weet, krijg je een wetsartikel haarfijn uitgelegd, waarvoor hij het schrobben van de gang even onderbreekt. Het lijkt mij een zeer goede ontwikkeling om universitair geschoolde mensen in dit soort funkties te plaatsen. Zo komt de wetenschap dichter bij het volk. Een gepromoveerd neerlandicus in uw huishouden, die u onder het stofzuigen een boeiende uiteenzetting kan geven over zestiende-eeuws taalgebruik in het Vlaamse Brugge of u de korte inhoud kan geven van recent verschenen romans, zodat u ze zelf niet meer hoeft te lezen, is toch wel erg makkelijk, vooral als u opgroeiende kinderen heeft. Over wat de mogelijkheden zijn met historici zal ik u maar niet vertellen, maar ze kunnen heel goed schoonmaken.

Ik sta wel achter dit beleid van de Alma Mater. Onder druk van de bezuinigingen van de regering moet er veel zakelijker worden gedacht. De universiteit moet zich verkopen aan de maatschappij. De resultaten van dat beleid zijn er ook naar. Studenten moeten in vier jaar een studie afgerond hebben en dat betekent het in het hoofd stampen van kennis, zonder die te kunnen overzien, want daar is geen tijd voor. Met de maatschappij om hen heen kunnen ze zich niet bezighouden. In plaats dat de universiteit een plek is waar wetenschap beoefend wordt, in de rust en concentratie die daarvoor nodig is en nieuwe ideeën worden opgedaan, is zij gedegenereerd tot een veredelde soort hoger beroepsonderwijs, waar gewoon een diplomaatje moet worden gehaald. De universiteit moet dus haar kennis verkwanselen aan de samenleving. Ze trekt bedrijven aan, die meteen geld kunnen verdienen aan de ontdekkingen, die in haar laboratoria worden gedaan. Dus is het helemaal niet zo gek, dat de universiteit afgestudeerden in gezinnen, bij bejaarden en dergelijken te werk stelt om zo wetenschappelijke kennis tegen een redelijk uurloon in de samenleving te brengen.

Zelf weet ik nog niet, wie ik in mijn huishouden zou willen hebben. Ik denk, dat mijn voorkeur uitgaat naar een wetenschapper uit de softe vakken, bijvoorbeeld een psychologe, die onder de afwas mij een psycho-analytische test kan afnemen of een sociaal-wetenschapper, die onder het ramen zemen mij professionele adviezen kan geven omtrent bepaalde levenspatronen, die ik aanhoud. Een werkster, die natuurwetenschappen heeft gestudeerd, lijkt mij niets. Hoewel zij de temperatuur van het water, waarin de aardappeltjes koken tot op tienden van graden kan berekenen en door een manipulatie van de luchtdruk in de keuken de kooktijd kan beïnvloeden, schijnen ze toch, zo heb ik gehoord, slecht te kunnen koken.