22. Nachtuitzending 19-20 mei 1989

DE GANSERIK

Het koppel ganzen, dat heen en weer zwemt tussen de Sterrewacht en het faciliteitengebouw van de universiteit aan de Witte Singel kijkt neer op het koppel, dat zich op de Maresingel ophoudt. Geen wonder, want de ganserik is universitair geschoold en is ergens doctorandus in. Waarin heb ik hem nog niet kunnen ontfutselen, want mijn Gans is net genoeg om de weg naar het station te vragen en om eenvoudige gesprekken te voeren -dat heb je nu eenmaal met schriftelijke cursussen in het Gans.

Hij is trots op het koppel, waarvan hij de onbetwiste leider is. Hij zwemt voorop, zijn kop fier om hoog en hij weet de overigen in rechte lijn achter hem. Waar hij gaat, gaan zij ook. Hij voelt zich ook verantwoordelijk voor zijn koppel en als ganserik volgt hij nauwlettend het plaatselijke politieke gebeuren.

Zo nam hij kennis van het voornemen van de gemeente om het Noordeinde weer open te stellen voor verkeer in beide richtingen. Onmiddellijk diende drs Gak-Gak bij de gemeente een bezwaarschrift in.

Ik ging voor Leiden Lokaal op bezoek bij de heer Gak-Gak en bij de desbetreffende ambtenaar van de gemeente, die over de ganzen gaat, dat is drs. J.J.M. Glasbol. Het had geen zin om een recorder mee te nemen, daar het gesprek met de heer Gak-Gak in het Gans plaats had, dus ik geef het hier maar even weer.

Mijn eerste vraag aan de heer Gak-Gak was, waarom dat bezwaarschrift. Als stadsgans ben je van andere zaken afhankelijk dan de zogenaamde boerderijgans, zo begon hij mij uit te leggen, omdat je op de boerderij op de weidegronden voldoende vindt om behoorlijk van te leven. Sommige ganzen hebben zelfs een eigen ganzenhoeder -hier ging een vleugel omhoog- die zorgt voor de noodzakelijke voeding. Zelf heeft hij familie op het platteland wonen, die helemaal niets hoeft te doen voor zijn eten en iedere dag, hij herhaalde langzaam: iedere dag, speciaal voer verstrekt krijgt van de boerin, zoveel zelfs, dat ze veel te dik worden. De stadsgans daarentegen moet zijn voedsel zoeken op de grasveldjes aan de waterkant en, hier komt de essentie, van wat buurtbewoners aan niet-geconsumeerd voedsel over hebben. Dit vormt de voornaamste inkomstenbron van zijn koppel. In zijn afstudeerscriptie heeft hij dat met statistieken aangetoond. Hij vreest, en nu komt de ganserik tot de kern van zijn betoog, dat openstelling van het Noordeinde een vermindering van het aantal passanten zal gaan vertonen, wat een aanzienlijke vermindering van het door passanten verstrekte voedsel tot gevolg zal hebben. Hij meende de gemeente van dit ernstig gevolg van gemeentelijk beleid op de hoogte te moeten stellen. Desondanks, zo besluit hij, hoopt hij op voortzetting van de goede relatie tussen hem en de gemeente.

Met dit standpunt van de ganserik ben ik naar drs. Glasbol, hoofd van de directie Gemeentelijk Pluimvee, die, voorzover mijn informatie strekte, over de ganzen gaat en derhalve het bezwaarschrift in behandeling neemt. Drs. Glasbol bevestigt dat en, gevraagd naar zijn eerste gevoelens, gaf hij mij te kennen begrip te hebben voor de argumenten van drs. Gak-Gak. Zijn bezwaarschrift wordt uiterst ernstig genomen, want ook de gemeente wenst een goede relatie met de ganserik en zijn koppel. Maar het gaat hier, zo zegt Glasbol, om een afweging tussen de verkeersbelangen van de stad en de belangen van de ganserik. Een zeer moeilijke zaak, maar hij hoopt dat het reguliere Platform tussen gemeente en de vertegenwoor-diging van de stedelijke ganzenkoppels, dat al regelmatig bijeenkomt, door redelijk overleg, waar hij het volste vertrouwen in heeft, tot een oplossing zal worden gebracht, waarin alle partijen zich kunnen vinden.Tenslotte de ganserik, die vertelde mij desgevraagd, eveneens het overleg in vertrouwen tegemoet te zien. Spannend dus. Omroep Rijnland zal de zaak nauwlettend in de gaten houden.