24. Nachtuitzending 19-20 mei 1989

AMERIKAANS BEZOEK

Afgelopen week werd Leiden bezocht door een delegatie van, en nu moet ik dat goed zeggen, de 'Association of Settlement Seeking American Enterprisers', een club van Amerikaanse ondernemers, die een vestigingsplaats zoeken voor een filiaal of kantoor voor hun bedrijf. Geen kleine jongens, maar managers van grote, internationale bedrijven. En op hun speurtocht naar een geschikte vestigingsplaats deden zij Leiden aan. Een belangrijk moment voor onze stad, die, zoals u weet, driftig op zoek is naar nieuwe bedrijvigheid. Het was dus een zeer goede gelegenheid om de beschikbare bedrijfsterreinen, zoals Roomburgh, te vullen met bedrijven, die nieuwe werkgelegenheid bieden voor de talrijke Leidse werkzoekenden.

Met een recordertje was ik aanwezig bij de ontvangst van de delegatie in het Holiday Inn Hotel en de openingstoespraak. De ontvangst was vakkundig verzorgd door de directie Economische Zaken van de gemeente Leiden. Het hoofd van de directie, drs. R.S. Riesing, verwelkomde namens de gemeente de Amerikanen. Hij hield een vurige toespraak, als een dominee, die zijn gemeente toespreekt en hel en verdoemenis uitriep over die ondernemers, die het waagden zich niet in Leiden te vestigen. Riesing is een ambtenaar van de oude stempel, die zich echt persoonlijk verantwoordelijk voelt voor het economisch reilen en zeilen van zijn gemeente. Hij gaf de Amerikanen, die overigens tijdens de toespraak rookten en dronken alsof hij er helemaal niet was, hoe goed Leiden wel niet was. Alle voorhanden zijnde verkoopargumenten werden te berde gebracht: wat een geweldige stad Leiden is, zo centraal gelegen in de randstad, vlakbij Schiphol enzovoort, enzovoort.

Toen Riesing was uitgesproken complimenteerde ik hem met zijn toespraak. Hij legde zijn hand op mijn schouder en zei me:

"Ach, Wortel -wij kennen elkaar al heel lang- als je tekst wil hebben moet je dat maar zeggen, en dan moet je ook zeggen in welke taal je hem wilt hebben. Vorige week hadden wij wat Engelsen en toen heeft de burgemeester hem ook nog gebruikt, en drie weken geleden hadden we Duitsers en toen heb ik hem in het Duits afgestoken. En zo blijf je bezig, hè".

Na de toespraak bood de gemeente haar Amerikaanse gasten een borrel aan. Niets was haar te veel. De borrels en de daarbij behorende hapjes, waaronder Leidse kaas, werden gepresenteerd door Hollandse boerinnetjes in klederdracht. Ze hadden de bekende Volendamse mutsjes op, maar verder een zeer kort rokje met donkere panties en schoenen met hoge hakjes. Toen ik daarnaar keek, boog Riesing zich naar mij toe, zodat ik zijn met drank bezwangerde adem rook, en hij vertrouwde mij toe:

"Ze moeten toch af van dat traditionele Hollandbeeld".

Demonstratief keek ik naar de levensgrote en volop draaiende poldermolen achter mij en daarna naar een stuk van een dijk van enkele tientallen meters lang, die daar was gelegd. Een schot in de roos trouwens, want de Amerikanen vonden het 'fantastic' om die dijk te beklimmen. Naarmate de borrel vorderde en de hoeveelheid geconsumeerde drank toenam, hadden ze daar steeds meer moeite mee en meer en meer moesten zij ook hun handen bij het beklimmen van het talud gebruiken. Het naar beneden gaan werd daarentegen om dezelfde reden steeds makkelijker, want de ondernemers lieten zich gewoon van de dijk afrollen,als kinderen kraaiend van plezier. Bovenop die dijk lag een stuk fietspad met een verkeersbord erbij, zo'n blauw bord met een fiets erop, en daaronder een bordje met de tekst "dus niet brommen". De Amerikanen speculeerden driftig met de betekenis van het woord 'brommen'. Ze vroegen de aanwezige ambtenaren, die niet zo gauw wisten wat het Engelse woord voor 'brommen' is, wat dat nou weer betekende: "Has it something to do with women?" of "That's an erotic term?" Zelfs de boerinnetjes werden voortdurend uitgenodigd om te gaan 'brommen'. Riesing vertelde me, dat de typistes van zijn directie, die nu dus als boerin rondliepen regelmatig burgers te woord moesten staan en dus wel wat gewend waren. Hij nipte aan zijn glas en wees naar een Amerikaan en hij zei me:

"Zie je die daar, met die cowboyhoed op en die grote sigaar? Die zou ik graag met zijn bedrijf hier willen hebben. Hij heeft het goede bedrijf voor Leiden".

Onmiddellijk gaf hij een langskomend boerinnetje de opdracht extra aandacht aan die man te geven en hem te vertroetelen. "Doe het voor Leiden", zei hij nog tegen haar. Hij boog zich nog verder naar mij en sprak:

"Jij bent toch hier voor Omroep Rijnland? Ga effe naar hem toe met die recorder van jou en vraag hem eens, wat hij van Leiden vindt en of hij zich hier gaat vestigen".

Ik dronk snel mijn glas leeg, zette de recorder aan en stapte naar hem toe. Maar voordat ik bij hem was, riep hij tegen mij:

"Hey, young man, where the hell lies Copenhagen?"