26. 2 juni 1989

Het is precies negentig jaar geleden, namelijk op 31 mei 1899, dat er een tiental mensen in een Leidse kroeg bij elkaar zaten en een belangrijke beslissing namen. Zij richtten de Leidse afdeling van de Sociaal-Democratische Arbeiders Partij, de S.D.A.P., op. C.H. Kettner, die secretaris werd, schreef aan het hoofdbestuur van de S.D.A.P. in Amsterdam verheugd: "Bij die oprichting waren tegenwoordig 8 leden, maar er zullen er spoedig nog wel eenigen bijkomen". En hij had gelijk. De basis voor de Leidse socialistische arbeidersbeweging was gelegd. In 1899 begon er een proces, dat thans nog altijd voortduurt en dat nog steeds zijn werk doet.

De arbeidersbeweging is allesbehalve geschiedenis. Het is daarom, dat ik de stelling huldig, dat sociale geschiedenis niet bestaat. Iets wat nog volop aan de gang is, is geen geschiedenis. Want de maatschappij is tijdens de bestaansperiode van de vakbeweging en van de sociaal-democratie niet wezenlijk veranderd. Weliswaar zijn de woorden veranderd: arbeiders zijn werknemers of medewerkers geworden en het woord 'klassemaatschappij' wordt niet meer gebruikt, maar is de vroegere arbeidersklasse niet gewoon hetzelfde, met dezelfde mensen, als wat nu de 'onderkant' van de samenleving heet, de minima, de uitkeringsgerechtigden, de armen? Het relaas van wat de arbeidersbeweging heeft gedaan, dient door mensen geweten en verkend te worden. Maar dan niet als een stuk geschiedenis, maar als, wat ik zou willen aanduiden, als een soort evaluatie. Nagaan hoe bepaalde gebeurtenissen, die zich in het verleden hebben afgespeeld, nu precies zijn verlopen en waarom ze zo zijn gelopen zoals ze zijn gelopen. Waarom was er toen een succes en, nog belangrijker, waarom werd er toen en toen bakzeil gehaald. Waarom lukte iets niet, waarom werd toen een bepaalde doelstelling niet gehaald. Vragen, die gesteld moeten worden om daarmee nu, in onze eigen tijd, aan de slag te gaan.

Leren van de fouten in het verleden. Maar ook, vragen naar wat nu precies de rol is geweest van de politieke partij of van de vakbeweging, wat is hun betekenis hier in Leiden geweest? Is de vakbeweging een zinvolle instelling en heeft ze voldaan aan de doelstellingen en verwachtingen, die door de oprichters aan haar werden gesteld? Natuurlijk ligt hier een mooie taak voor beroepshistorici die aan de hand van in een bepaalde tijd geproduceerde stukken en verslagen precies uit pluizen hoe een bepaalde gebeurtenis zich voltrok. Toch bedrijven zij geen geschiedwetenschap. Zij geven slechts een wetenschappelijk antwoord op de vragen van moderne vakbonds- en partijbestuurders, die willen leren van de tactische en beleidsmatige misslagen uit het verleden. Of die willen begrijpen hoe een bepaalde maatschappelijke toestand is ontstaan in de loop der tijden.Het verhaal, dat vertelt hoe de socialistische arbeidersbeweging heeft gewerkt is een verslag van de strijd tussen de armen en de rijken, de zwakken en sterken, de machtelozen en de machthebbenden. En zolang die toestand nog voortduurt en die tegenstelling in onze samenleving nog bestaat, is er geen sociale geschiedenis, alleen maar een verhaal, een verslag van de strijd, die wordt gevoerd om het ideaal te bereiken. Pas als het zover is, mag het boek gesloten worden en mogen, wat mij betreft, de geschiedeniswetenschappers zich er op storten en onderzoeken wat ze maar willen.