27. 9 juni 1989

Voor de zoveelste keer in haar geschiedenis, trekt Leiden ten strijde tegen het Leidenbeeld, zoals dat in den lande nog altijd bestaat. Leiden is een stad van armen en debielen, zo luidt de mening van het Nederlandse volk, dat voor een groot deel uit niet-Leidenaren bestaat. De gemeente vindt, dat dat Leidenbeeld eens moet veranderen. Dat doet mij denken aan het bekende verhaal van Cervantes over Don Quichotte, die tegen de windmolens ten strijde trekt. Nog altijd het symbool van de vruchteloze strijd. Zo blijven Schotten altijd gierig, Belgen altijd zotten en Duitsers altijd bierzuipers. Wat die volkeren ook zullen ondernemen om dat te veranderen, het zal niet baten. De Schotten hebben gelijk, dat zij het zonde van hun geld vinden om hun image te veranderen. Bovendien, is dat beeld van Leiden nu zo onjuist?

Leiden is een arme stad. Het heeft om financieel rond te komen altijd extra steun van het rijk gehad, een artikel-12 gemeente, wat je image natuurlijk ook niet ten goede komt. Dat is nog maar pas geleden afgeschaft. Vorige week nog vertelden een heleboel geleerde dames en heren tijdens een congres, dat door de aanwezigheid van de textiel-industrie een enorme massa arbeiders uit het hele land en daarbuiten voor werk naar de stad trok sinds de middeleeuwen om in de fabrieken te werken. In Leiden is dan ook in verhouding tot de rest van de bevolking een zeer groot aantal laaggeschoolden en ongeschoolden gevestigd geweest. Ook nu nog, in onze tijd, leeft een kwart van de bevolking op of onder het bestaansminimum. Dus arm is Leiden wel.

Blijft over dat debiele. Is de Leidenaar debiel. Wellicht heeft u, of anders ik wel, nagedacht over de gesteldheid van uw geest en van uw verstand. Inderdaad zou ik dit onderdeel van Leiden's imago wel willen nuanceren. Zo gloei je toch van trots als je in de krant leest, dat iemand 120 kilo hasj het land wilde binnensmokkelen in ananassen. Een geniaal idee, vind ik. En als je dan verder leest, dat deze zeer intelligente initiatiefnemer een Leidenaar was, dan is alleen daarmee al bewezen, dat de Leidenaren zeer zeker niet debiel zijn, in tegenstelling tot de hasj-hond, die wel zeer dom geweest moet zijn, want welke hond ruikt er nou aan ananassen.

Maar wat maakt het eigenlijk uit? Is een stad, waar honderdduizend debielen leven, wonen en werken, een immens gesticht dus, nu minder dan andere steden in Nederland? Debielen zijn overigens zeer aardige en lieve mensen, heb ik mij laten vertellen, want zelf heb ik geen debielen in mijn kennissenkring, voor zover ik weet tenminste, want ik woon en werk tenslotte zelf ook in Leiden.

Wat mij betreft, ik vind het niet erg in een stad met debielen te wonen. Voor mij blijft Leiden een te gekke stad. Ik sluit mij aan bij de eigenaar van een snackboot in de Zijlhaven, die zei: "Leidenaar wil ik blijven en dat beslis ik en niemand anders. Ook niet de gemeente".

Het bestrijden van het imago gebeurt door Leidenaren, die in het bestuur van de stad zitten. Dat vind ik net zo raar, als wanneer de directeur van Endegeest zou gaan rondbazuinen, dat zijn bewoners gezonde, geestelijk normale mensen zijn. Dus wie in den lande neemt onze stadsbestuurders serieus, als zij beweren, dat Leiden absoluut geen debiele stad is?

De slagzin "Leiden kan meer" werp ik, als Leidenaar, ver van mij. Natuurlijk kan Leiden meer, we zijn toch niet gek? Ik stel voor, dat in alle mupi's in het land met grote letters komt te staan: "Leiden is zo gek nog niet".