28. 16 juni 1989

Als je toezegt om iedere week een column te leveren, dan moet je er voor zorgen, dat je die belofte kunt inlossen. Dat komt er op neer, dat je meer columns moet maken dan je nodig hebt. Je moet een voorraadje aanleggen van columns, die niet gaan over actuele onderwerpen, zodat je ze altijd kunt gebruiken. In deze laatste column wil ik u eens vertellen, wat ik nog op mijn floppy-disk, want ook als columnist moet je daar mee werken, had staan. Dat zijn niet allemaal complete columns, maar ook ideeën en invallen, die ik, op de meest onwaarschijnlijke tijden, op de flop heb geparkeerd om ze te kunnen gebruiken als ik ze eens nodig zou hebben. Er zijn columns bij, die ik heel terecht niet heb gebruikt. Van andere columns vind ik het echter weer jammer, dat ik ze ongelezen moet laten, zoals die ene over de politieke partij, die door enkele hondebezitters werd opgericht. Ik vond dat zelf niet zo'n gek idee. Wat is een stad zonder dat daar dieren in rondlopen. Een stad met alleen maar mensen is toch ook niks. Maar ja, dan blijken ze opeens meer parkeerplaatsen in de stad te willen, wat niet in het belang is van de hond, lijkt me, want die krijgt steeds minder ruimte om eens lekker uit te rennen, wat honden graag plegen te doen, en daarmee hebben ze dezelfde belangen als de kinderen in de stad.

Daar ligt natuurlijk het conflict: de stad wordt steeds voller en er komt steeds minder ruimte beschikbaar om te spelen, dat voor de kinderen, of om te rennen en te snuffelen, dat voor de honden. En omdat honden nu eenmaal andere wezens zijn dan mensenkinderen kunnen ze niet van dezelfde ruimte gebruik maken. De verdeling van de weinige beschikbare ruimte tussen, honden, grote mensen en kinderen, dat is een mooi politiek gegeven voor zo'n hondepartij.

Wat had ik ook graag die column gebruikt, waarin ik had willen ingaan op het nieuwe beleid van onze politie, dat onder de slagzin 'het andere kijken' wordt gepresenteerd. Vroeger was het zo, dat wanneer een politieagent op het trottoir een jerrycan zag staan, hij toen dacht: "Och, een jerrycan". Nu begeeft de agent zich naar de jerrycan toe om vast te stellen wat de inhoud van desbetreffende jerrycan is: gaat het hier om een voor het millieu schadelijke dan wel om een voor het millieu onschadelijke stof. Hoe stelt de agent dat vast? Dat kan hij op twee manieren: door de tastproef of door de smaakproef. Bij de tastproef doopt hij een vinger in de vloeistof. Bevindt deze vinger zich daarna nog aan zijn lichaam, of blijft een huidirritatie, branderig gevoel aan de vinger achterwege, dan is dat een aanwijzing, dat de inhoud millieuvriendelijk is. Zekerheid geeft echter de smaakproef. Hierbij doopt de agent een vinger in de vloeistof en neemt een klein likje met de tong daarvan. Krijgt hij daarna last van duizeligheid, braakneigingen en dergelijke, dan moet ernstig rekening worden gehouden met het feit, dat het hier gaat om een millieuschadelijke stof. De agent treedt dan handelend op: hij zoekt uit, wie de eigenaar van jerrycan is en slingert deze vervolgens alsnog op de bon. Vervolgens wordt er een ambtenaar van de gemeente op de hoogte gesteld, die zorg draagt voor een verantwoorde vernietiging van de jerrycan.

Wat een verrukkelijke stad is Leiden. Er gebeurt een heleboel. Als columnist heb je daar veel plezier aan, omdat er altijd wel iets is, waar je wat over kunt zeggen. Aan onderwerpen heb ik nooit gebrek gehad.

De allerlaatste alinea wil ik graag besteden aan een welgemeende dank aan Agnes van Steen, eindredacteur van Leiden Lokaal voor het feit, dat zij mij gelegenheid gaf mijn columns te doen. Het is een echte luxe voor een gewoon Leids burger als ik ben te beschikken over spreektijd op de locale radio, die naar eigen inzicht en verantwoordelijkheid kan worden ingevuld. En ik wil haar een compliment geven, nu de microfoon nog open staat, dat zij het heeft aangedurfd om een column in haar programma te doen. Dat vereist toch moed, want een columnist is een eigenwijs persoon, die geheel zelfstandig zijn column schrijft en voorleest. Ook voor haar moet het dus spannend geweest zijn. Ik hoop dat haar kennismaking met het verschijnsel 'column' haar niet te sterk is tegengevallen. Maar nu is het voor mij spannend of zij na de vakantie weer een columnist in haar programma wil.