3. 6 januari 1989

Leiden Lokaal kijkt vanavond terug op vorig jaar en ik ga ook maar even terugblikken om in de sfeer te blijven. Eigenlijk heb ik vorige week al teruggekeken op het voorbije jaar en daarbij zo'n somber geluid laten horen, dat het team van Leiden Lokaal de Leidse kroegen afliep om zich te bedrinken. Ook deze Oudejaarsavond stond ik mijzelf toe om de door mijzelf gestelde alcoholtax te overschrijden met een extra glas wijn. Na Gaaikema schakelde ik over naar Nederland 3, die mij het nieuwe jaar binnenloodste. Maar na de klok van twaalf ging mijn TV uit en verkoos ik het non-stop-muzikale gezelschap van Omroep Rijnland's Haagse collega's. Gezeten op mijn comfortabele driezitter en starend in mijn glas met de fonkelende wijn mompelde ik tegen mezelf - als je alleen bent, doe je dat wel eens - de vraag: wat zal er dit jaar, 1989, allemaal gebeuren. Deze vraagstelling is een wezenlijk onderdeel van mijn oudejaarsrite. De vraag impliceert de spanning van het leven.

Ik heb steeds op dit soort avonden een sterke behoefte aan reflectie, wellicht nog een relict van mijn katholieke opvoeding. Ik heb dat altijd gehad, bijvoorbeeld, wanneer ik vroeger op oudejaarsavond de hond Pol - God hebbe zijn trouwe hondeziel - uitliet. Merkwaardigerwijs keek ik dan langer naar de hemel dan op andere avonden, wanneer ik met hem door de Leidse Merenwijk liep. De sterrenhemel heeft op deze avonden iets mystieks, iets tastbaar eeuwigs. De sterren lijken tijdloosheid uit te stralen, terwijl je op zo'n avond juist intensief met tijd bezig bent. Er is immers geen enkele avond in de rest van het jaar, waarop de klok zo duidelijk aanwezig is en de tijd zo traag verloopt. Een van de weinige zaken waar het bedrijfsleven, de terugtredende overheid, de vakbeweging en de technologie weinig invloed op hebben is de toekomst. Het zijn de grillen van het lot, die maar afgewacht moeten worden. Hoewel de moderne mens weet, dat hij het lot niet kan beïnvloeden, probeert hij dat toch. In zijn machteloosheid volgt hij zijn voorvaderen uit de middeleeuwen na, die bij de jaarwisseling dachten met lawaai en vuur het komend onheil te verjagen.Na consumptie van oliebollen, rent de moderne mens op klokslag twaalf de straat op om net zoals de oude germanen vuurwerk af te steken en vuren te laten branden om de boze geesten te verjagen. Maar een beetje boze geest laat zich echter tegenwoordig niet meer afschrikken door vuurwerk, gewend als hij is aan het lawaai dat de moderne mens maakt. Een bezoekje aan een disco om te trainen en zo'n geest is volstrekt niet meer onder de indruk van het vuurwerk.

U hoeft mijn mening natuurlijk niet te delen, maar ik ben blij, dat de periode tussen Kerst en Nieuwjaar voorbij is. Mijn forenzentrein is 's morgens weer gewoon vol en hij komt nu, zoals dat hoort, steeds een paar minuten te laat. De stad is weer in zijn normale doen en de winkels zijn weer op de normale tijden geopend. Nu voel ik me weer op mijn gemak.

De maatschappelijke problemen, die even verstopt zijn geweest, worden weer zichtbaar, omdat de krant het gewone dagelijkse nieuws brengt. Op de vergaderingen worden de werkzaamheden hervat: het is afgelopen met evalueren en terugblikken en plannen.