31. 15 september 1989

Enige tijd geleden zeurde de gemeenteraad over de bijbaantjes, die enkele wethouders zouden hebben. Ik heb mij verbaasd over al die vragenstellerij. Is de moderne wind, die momenteel door overheidsorganen waait aan Leiden voorbijgegaan? Ik vind het zeer goed, dat onze wethouders en hun topambtenaren bijbanen hebben, hoe meer, hoe beter.

Vroeger was het ambtenaarschap een rustige baan. De ambtenaar was aangesteld om overheidsbesluiten uit te voeren en aangezien het kenmerkend voor die overheid was, dat zij oeverloze en ellenlange debatten voerde, lieten besluiten, die uitgevoerd moesten worden, zeer lang op zich wachten. De ambtenaar zat tijdens het besluitvormingsproces achter zijn bureau te wachten op de komst van een uit te voeren besluit en tot zo lang slurpte hij koffie en verplaatste allerlei papieren van de ene kant van zijn bureau naar de andere kant, schreef een memootje over het weer naar zijn collega's elders in het stadhuis of, als dat te snel ging, naar zijn collega's in dezelfde ruimte.

De ambtenaar had zijn zekerheid en hield niet van dynamiek, nee, hield helemaal niet van dynamiek, alleen de gedachte eraan al, bezorgde hem kriebels. De moderne ambtenarij is heel anders. De stad zit immers in een concurrentiepositie met andere steden. De stad is een immens bedrijf, een BV, dat een produkt heeft, dat verkocht moet worden. De topambtenaar is een manager geworden, die met zijn team, zijn mannen, dynamisch en aktief op de markt opereert op jacht naar bedrijven en instellingen, die de stad willen kopen. Zijn directie is 'de toko', die hij moet 'runnen'. Een stad wordt niet meer bestuurd, maar 'gerund'. De moderne topambtenaar draagt ook geen wit overhemd met een saaie stropdas, maar een snel pak, die een duidelijk aktieve instelling uitstraalt. Met een bij zijn verschijning passende auto begeeft hij zich, in ambtelijke tijd, maar ook daarbuiten, naar recepties, vergaderingen en - vooral - borrels, die het bedrijfsleven organiseert. Daar vertoont hij zich. Vlot pratend moet hij kontakten leggen met de leden van een Raad van Commissarissen en van de directie, het management van dat bedrijf. Hij weet, dat het belangrijk is goed te vallen bij de secretaresse van de directie, zodat hij straks gewoon kan binnenlopen op weg naar de directeur. De moderne ambtenaar moet zich de cultuur van het bedrijfsleven eigen maken en de gedragscodes kennen. Dat, wanneer een directeur tijdens de borrel op hem afstapt en hem vraagt hoe het met de gezondheid van zijn vrouw staat, hij weet, dat de ondernemer zich geen zier interesseert voor zijn vrouw, althans niet voor haar gezondheid, maar dat die ondernemer iets van hem wil: geld, een stuk bedrijfsterrein, werknemers, zo goedkoop mogelijk, - een billijke, zakelijke eis. Tijdens de borrel moeten afspraken gemaakt worden, zodat in de representatieve ruimte van de topambtenaar verder zaken kunnen worden gedaan. Als 'partners in industry' stippelen ze daar een nononsense-beleid uit, dat afgestemd is op resultaat.

Het werk van de moderne ambtenaar en wethouder zou aanzienlijk vergemakkelijkt worden, wanneer de gemeenteraad juist zou stimuleren tot het accepteren van bijbaantjes in het bedrijfsleven. Daarom vind ik, dat wethouders en ambtenaren zoveel mogelijk bijbanen moeten hebben. Daarom is die wethouder, die als bijbaantje opgaf, dat hij penningmeester is van een poppentheater in Voorschoten ook volstrekt ongeschikt om nog langer als wethouder op te treden, tenzij hij bezig is dat poppentheater een modern kantoorpand aan de Schipholweg te laten betrekken.