32. 22 september 1989

Leden van het College van Burgermeester en Wethouders der gemeente Leiden, leden van de Raad der gemeente Leiden! In tegenstelling tot wat mijn hooggeachte collega afgelopen dinsdag de leden der Staten-Generaal te 's-Gravenhage zei, moet ik u helaas meedelen, dat ik zeer ontevreden ben over de resultaten van uw beleid van het afgelopen jaar.

Terwijl mijn hooggeachte collega op het Binnenhof kon zeggen, dat het economisch in het land goed gaat, gaat die economische vooruitgang aan uw stad voorbij. Het aantal ingeschreven werkzoekenden blijft bij u op dezelfde hoogte staan. Het afgelopen jaar werd u, door het initiatief van de Leidse week tegen de armoede, duidelijk, dat driekwart van uw bevolking leeft op of onder het bestaansminimum. U slaagt er niet in om werk voor hen naar de stad toe te halen en u beperkt zich tot het nemen van slechts marginale maatregelen, die op het totaal van uw werklozen nauwelijks invloed hebben. Een onaanvaardbaar groot aantal van uw burgers lijdt een uitzichtsloos bestaan.

De volkshuisvesting in uw stad is een puinhoop. U bent niet meer in staat om te voldoen aan de primaire taak, die u als overheid te voldoen heeft: te zorgen, dat al uw burgers een ordentelijke en betaalbare woning hebben. Woningzoekenden, die zich tot u wenden voor hun huisvesting moeten nu drie, bijna vier jaar wachten totdat u hun een woning, die bij hun past kunt verschaffen. U bent ook niet in staat om voor voldoende huizen voor uw bevolking te zorgen, mede door het terugbrengen van het aantal huurwoningen, die u bestemd had en nodig had voor uw minder draagkrachtige stedelingen, in de Stevenshof. De misstanden duren daardoor voort, omdat velen in, vaak door huisjesmelkers geëxploiteerde, krotten moeten verblijven, of in anderszins slechte huisvesting.

En dan uw verkeersbeleid, zo dat er is. Terwijl de regering druk bezig is een beleid gestalte te geven, dat onder meer het autogebruik wil terugdringen terwille van het milieu, lijkt het wel, alsof u uw best doet het gebruik van de auto in de stad te bevorderen. U praat nog over nieuwe parkeergarages aan de rand van de stad en dus over bevordering van het autogebruik. In de stad zijn vrijwel geen autovrije zones, zodat de auto daar onbeperkte vrijheid heeft.

Vorig jaar heeft u uw overeenkomst met het streekvervoerbedrijf voor een aantal jaren verlengd, zodat ook het openbaar vervoer in onze stad een puinhoop blijft en van ieder vernieuwing blijft verstoken.

Wat betreft de groenvoorzieningen in Leiden heeft u er voor kunnen zorgen, dat er ten oosten van de stad een natuurgebied is ontstaan. Maar de stad is vol en nu al azen bedrijven op een deel van deze groene longen. Hoe gaat u straks afwegen?

Ook uw financieel beleid lijkt nergens op. De gemeentelijke lasten zijn nu al bijna de hoogste van het land. Uw stad is een dure stad en u heeft reeds aangekondigd, dat de lasten volgend jaar omhoog gaan. Hoe doet u dat met de zwaksten in de stad?

Volgend jaar maart zijn er de gemeenteraadsverkiezingen. U gaat zich nu bezig houden met het formuleren van de programma's van uw politieke partij. Worden dat weer stapels met letters gevulde papieren vol met holle frasen en mooie woorden? Hoe schept u daarin hoop, voor al die burgers, die een uitzichtsloos bestaan leiden in uw stad? Kunt u werk in het vooruit stellen? Hun een nieuw perspectief bieden? En uw verstikkende stad, die naar adem en verfrissende ruimte snakt, nieuw leven, nieuwe vitaliteit inblazen?