38. 3 november 1989

"Ik word knettergek van al die gezichten, die de burgers, met name de jongeren, trekken voor de televisiecamera's", klaagde de commissaris van politie in de commissie.

Aan de orde was het agendapunt om televisiecamera's te plaatsen ten behoeve van de veiligheid op straat op de Burggravenlaan en de Boerhaavestraat:

"Mijn mannen hebben het al zwaar genoeg met het turen naar de monitor, waar ze in ploegendienst weliswaar, vier uur per dag mee bezig zijn", baste hij.

Twee uur op, twee uur af, legde hij, desgevraagd uit aan het raadslid, en in de tussenliggende twee uur moet hij uitrusten, omdat anders de ogen te vermoeid raken. Het kost toch personeel, vervolgde hij, personeel, dat niet de straatdienst in kan en dus onttrokken wordt aan het echte politiewerk: de bestrijding van de criminaliteit.

De afgevaardigde van de buurtvereniging beaamde een en ander. Het was hem opgevallen, dat juist bij de masten, waar TV-camera's aan waren bevestigd, jongeren zich ophouden en allerlei kattekwaad, dikwijls met het gezicht naar de camera, jawel!, uithalen; voorbijgangers lastig vallen. Jazeker, zo durfde hij te beweren, juist de plekken waar zo'n camera staat, worden zeer onveilig. Daarbij werd hij bijgevallen door een ander lid van de buurtvereniging:

"Ze kennen zelfs de reikwijdte van de camera en gaan juist buiten beeld zakkenrollen".

De gemeenteambtenaar, die er kennelijk overging, meende enkele nuances aan te moeten brengen.

"Die camera's zijn er gekomen, omdat u ze zo graag wilde. Nu hebben wij ze geplaatst, en nu is het nog niet goed". De ambtenaar wees nog eens op de discussies in de gemeenteraad, waar men indertijd bezwaren had tegen die camera's vanwege de privacy, bezwaren, die men hadden opzij had kunnen leggen.

Hij was echt een beetje gepikeerd:

"We hebben dank zij die camera's al heel veel criminelen kunnen pakken en sommige buurten zijn veiliger geworden. We zien dat aan de cijfers. De criminaliteit verplaatst zich naar de buurten, die nog niet zijn voorzien van een TV-camera, zoals de genoemde straten".

Er zijn veel te weinig camera's, zo betoogde hij verder. Zelf speelde hij met het idee om een rijdende camera vierentwintig uur per dag door de stad heen te laten rijden; een camera bovenop een auto.

"Ook willen wij een camera plaatsen in de toren van het stadhuis", ging hij verder, "waarmee de daken van de huizen in het oog kunnen worden gehouden. Uit onze cijfers blijkt namelijk, dat veel criminelen de particuliere huizen binnendringen via het dak".

De commissaris zuchtte.

"Wij hebben in de hal van ons bureau nu al ongeveer honderd monitoren staan en daar zijn zo'n vijfentwintig man voor nodig om ze voortdurend in de gaten te houden. We zitten nu wel aan onze top, vooral ook, omdat de banden allemaal moeten worden bekeken en alle overtredingen, die wij vaststellen allemaal bekeurd moeten worden. De situatie wordt onhoudbaar", zei hij vermoeid.

Het rechtse raadslid haalde zijn schouders op.

"U klaagt altijd", schamperde hij, "Nu kunt u, vanachter uw bureau in een goed verwarmde ruimte, terwijl u op uw stoel zit, de hele stad in de gaten houden, wat wilt u meer?".

Het raadslid van een linkse splinterpartij leunde nu even naar voren en zei:

"Wij hebben wel begrip voor uw klachten. Wij zullen aan het College voorstellen om geld uit te trekken voor enkele videofilms, die u op gezette tijden kunt afdraaien, zodat uw agenten wat meer variatie hebben op de schermen. Wij stellen dan wel als voorwaarde, dat er geen geweldsfilms, vrouwonvriendelijke of keiharde politie-aktiefilms worden vertoond".