44. 15 december 1989

In het programma "Vandaag de dag dinsdag" van Omroep Rijnland hoorde ik, dat er een onderzoek zal worden gedaan naar de mogelijkheden om een railverbinding aan te gaan leggen tussen Leiden en de kust. Gisteravond in "Vandaag de dag donderdag" hoorde ik iemand van de PvdA-afdeling van Voorschoten zeggen, dat men er daar zeer voor is dat de tram Den Haag-Leiden weer terug komt. Ik ben daar een groot voorstander van.

Zelf heb ik de tram in Leiden nooit gekend, want ik kwam pas in 1971 naar de stad, maar ik werd wel meteen, en ook nu nog, getroffen door de nog altijd in veel Leidse gevels aanwezige muurrozetten, waar indertijd de bovenleiding van de tram aan opgehangen was. In 1961 moest hij het veld ruimen voor de auto. Die heeft zich inmiddels voor zulke grote problemen geplaatst, dat deze niet meer door hem kunnen worden opgelost.

Het staat voor mij vast, dat alleen heraanleg van de tram het milieu en het leef- en woonklimaat in de stad en daarbuiten kan oplossen. Ik maak mij nu ook geen zorgen meer: de tram zal in het Leidse stadsbeeld terugkeren. Het is immers de enige, echte oplossing voor de verkeersproblemen van de stad. Voorts hoef ik over dit miljeuvriendelijke en geluidsarme vervoersmiddel niets te zeggen.

In het onvolprezen jaarboek Trams 1990 lees ik, dat de tramtechniek in de afgelopen tien jaar zeer snel is voortgeschreden. Tramtechnologie is zelfs een belangrijk Europees exportartikel voor Azië en Afrika geworden. Veel grote en middelgrote steden in de Verenigde Staten kopen in Europa op grote schaal trams voor de hun nieuwe tramnetten. In Frankrijk is een ware tramrevival aan de gang. De stad Reims bijvoorbeeld krijgt in 1990 een tram.

Naar mijn mening moet er een lokaal tramnet, dus een net op Leids grondgebied komen, wat best kan, want lijnen van de Merenwijk via het station naar Stevenshof en van Leiden-Zuid via het centrum naar het station kunnen geheel op Leids gebied worden aangelegd.

Het financieren van een tramnet mag in deze tijd geen al te groot probleem zijn. Een belangrijk onderdeel van het regeringsbeleid is verbetering van het openbaar vervoer, omdat er vanwege de miljeuproblemen meer mensen uit hun auto moeten stappen en van de trein, tram of bus gebruik moeten gaan maken. Het rijk is dus zeer royaal met subsidies en ik kan me zelfs voorstellen, dat politiek gezien het de regering niet eens zo slecht uitkomt als een gemeente een ambiteus plan voor een nieuw tramnet presenteert. Leiden kan nu dus voorop lopen.

Ik kan ook wijzen op het werkgelegenheidsaspekt van de tram. Alleen al voor het onderhoud, het opzetten van een werkplaats zullen mensen nodig zijn, die een opleiding op het gebied van sterkstroomtechniek, plaatbewerking, lastechnieken en dergelijke hebben gehad. Een prima aansluiting op de Leidse arbeidsmarkt, die veel mensen met een LTS-opleiding en metaalbewerking kent en die dus zeer passend werk kunnen krijgen. Het Haagse trambedrijf heeft in zo'n werkplaats bijna 600 personen werken.Ik denk dan ook, dat er een beroep kan worden gedaan op een werkgelegenheidspotje van de rijksoverheid.

Bij de acht plannen van het stationsplein zullen er een paar bij moeten komen. Geen van de plannen houdt namelijk rekening met een terugkeer van een tram. Waar zal een eventueel op te zetten tramhalte of een tramstation moeten komen. En dat terwijl een groot deel van de financiering van het geheel gebeurt met geld, dat is bestemd voor verbetering van het openbaar vervoer.