48. 12 januari 1990

"Voordat ik erg graag antwoord geef op uw vraag, mevrouw Van Steen, zou ik willen zeggen, dat ik niet wist, dat er zo'n charmante interviewster in dienst is van - wat zei u dat het was? Omroep Rijnland, juist ja, nooit van gehoord.

Maar nu het antwoord op uw vraag. U vroeg waar de letters L, A en M voor staan. Welnu, de L is van Leidse, de A is van Aardolie en de M is van Maatschappij. U bent de lieftallige gaste van de Leidse Aardolie Maatschappij, waarvan ik het genoegen heb directeur te zijn.

Ik zie aan uw ogen dat uw volgende vraag natuurlijk is: wat is deze Leidse Aardolie Maatschappij. Ik ga daarvoor even in de geschiedenis terug. U weet dat er kortgeleden bodemonderzoekingen zijn verricht om te weten te komen, of er in de bodem van de gemeente Leiden olie te vinden is. En er zijn inderdaad enkele exploiteerbare olievelden vastgesteld. De gemeente Leiden heeft daarop besloten de winning van deze olie zelf ter hand te nemen, teneinde deze op de oliemarkt te verkopen en de winst daarvan aan de gemeentekas ten goede te laten komen. De tot dusver zeer armlastige gemeente kan deze oliegelden goed gebruiken. Neemt u bijvoorbeeld het Stationsplein. De olie-opbrengsten kunnen bewerkstelligen, dat de gemeente wat ruimer in haar financieel jasje komt te zitten. U heeft trouwens ook een leuk jasje aan. Terwijl nu de gemeente blij is als er een kort tunneltje onder het Stationsplein kan worden gerealiseerd, zou er door de oliegelden aan kunnen worden gedacht om een langere tunnel, ja zelfs tot onder de Willem de Zwijgerlaan en onder de Plesmanlaan - u merkt deze buurt ken ik - of aan ondertunneling tot en met de Breestraat. U ziet, mevrouw Van Steen, wat een geweldige nieuwe mogelijkheden voor uw stad door de olie in het verschiet liggen!

Aan uw werkelijk prachtige ogen zie ik reeds uw volgende vraag: waar zullen er in Leiden de boorlokaties komen. Het grootse veld, dat is gevonden, is, wat wij noemen het Pietersveld, dat zich onder het onder het oude stadscentrum bevindt. Helaas is het politiek niet haalbaar dat veld in exploitatie te nemen. Een stroming in uw stad is nogal fel tegenstander om ons toe te staan, dat wij een boorlokatie oprichten op de plaats waar nu die oude kerk, helpt u mij even, de Pieterskerk? staat. Om plaats te maken voor een boortoren, zou deze kerk moeten worden afgebroken. Dat het hier gaat om een zeer groot olieveld, dat zoveel baten zal opleveren, dat daarvoor later voor mijn part tien Pieterskerken kunnen worden gebouwd, is voor dit soort groeperingen kennelijk niet overtuigend. Zelfs ons vergaand compromis, om de toren in deze Pieterskerk te zetten, waardoor de kerk kan blijven staan heeft het helaas niet gehaald. Een ander olieveld is het zogenaamde Stadhuisveld. Zoals de naam zegt, mevrouw Van Steen, bevindt dat veld zich onder het Stadhuis. Op het Stadhuisplein zal daarom een boorlokatie komen. Ook hier zijn helaas weer groeperingen, u woont in een lastige stad, mevrouw Van Steen, die zich zorgen menen te moeten maken vanwege het wat zij noemen het stadsbeeld. Omdat wij de relatie met bevolking goed willen houden, hoe moeilijk dat ook is, hebben wij ons bereid verklaard om boven in onze stadhuispleinboortoren een carillon te doen aanbrengen. Daarnaast zullen wij de boortoren aanpassen aan het stadsbeeld door vormgeving, wij denken aan het aanbrengen van wat siersmeedwerk en aan de kleurstelling.

Maar ik moet nu helaas een einde maken aan ons gesprek, mevrouw Van Steen, want mijn chauffeur wacht al op mij, want ik moet over een uurtje in Londen zijn.

Maar voordat u weggaat, mevrouw Van Steen, tegen zes uur vanavond hoop ik weer terug te zijn. Heeft u toevallig tegen die tijd iets te doen? Zullen wij dan samen ergens wat eten, wat denkt u daarvan?"