54. 23 februari 1990

Leiden wordt geteisterd door de zogenaamde knaagkever. Hij is dol op daken. Momenteel is hij bezig met het dak van de Pieterskerk. Ongetwijfeld gaat hij, als hij daarmee klaar is, zijn honger stillen met opeten van het dak van een andere kerk, bijvoorbeeld van de nog niet zo lang geleden gerestaureerde Hooglandse Kerk. Het dak daarvan is nog vers, dus het zal hem best wel smaken. Het menu duidt trouwens op een godsdienstige inslag van dit beestje, want het is mij niet bekend of hij ook wereldlijke gebouwen opeet, overheidsgebouwen bijvoorbeeld.

Deze voorkeur is er daarom de oorzaak van, dat de overheid niet tegen dit diertje optreedt. Er is in ons land nu eenmaal een scheiding tussen kerk en staat. Zolang de knaagkever alleen maar kerken opeet en het stadhuis met rust laat, zal de gemeente niet tegen hem optreden.

Of dit beleid lang kan worden volgehouden is echter maar de vraag. Het schijnt, dat de knaagkever zeer luidruchtig eet. Vooral 's nachts is het gesmak voor de buurtbewoners zeer hinderlijk. Velen kunnen daardoor niet goed meer slapen.

Natuurlijk kan de gemeente de beesten doden door het spuiten van een of ander verdelgingsmiddel, maar dat kan nu niet, want dan krijg je de milieugroeperingen tegen. Het is nu immers verkiezingstijd, en het College en de gemeenteraad kunnen die oppositie niet gebruiken, want ze willen na de verkiezingen graag weer vier jaar door.

Moet de gemeente de knaagkever tot 21 maart maar zijn gang laten gaan? Ik kan u gerust stellen, want de gemeente neemt het probleem zeer serieus. Ambtenaren buigen zich over dit probleem. Ze worden ondersteund door drs. H. Bey, een wetenschapper van de universiteit, een bioloog, die zich heeft gespecialiseerd in kevers en alles wat daarmee te maken heeft. Harry ken ik toevallig en toen ik hem onlangs in de middagpauze tegenkwam vertrouwde hij mij razend enthousiast, toe, dat hij hoopt op de knaagkever te promoveren.

"Uit recent onderzoek," zei hij me, "verricht door de Amerikaanse knaagkeverkundige prof. Torr blijkt, dat de kever uitsluitend kerkdaken eet".

Kevers, die van overheidsgebouwen houden, komen nu nog niet in ons land voor, maar hij verwacht een invasie vanuit Oosteuropa. Deze knaagkeversoort uit de Sovjetunie, gedijt namelijk in landen met enorme burocratiën, zoals alleen communistische landen die hebben. Het einde van het communisme aldaar en het gevolg daarvan, dat het aantal overheidsgebouwen aanzienlijk zal afnemen, draagt er toe bij, dat de kevers niet genoeg voedsel meer vinden en dus naar elders trekken. Ze zijn nog schadelijker dan de knaagkever die we nu hebben, want stel, dat het stadhuis wordt opgegeten, waar moeten dan al die ambtenaren heen? Maar de oplossing is in zicht. Mijn promoverende bioloog heeft de afgelopen dagen intensief de kevers geobserveerd, grafieken over hun eetgedrag gemaakt, die komen allemaal in zijn proefschrift, die hij helaas niet voor de komende verkiezingen gereed krijgt.

Hij wil natuurlijk zijn onderzoeksresultaten niet bekend maken voordat zijn proefschrift is verschenen. Hij lachte alleen maar geheimzinnig als ik hem vroeg om een tipje van de sluier op te lichten. Een avondje Leidse kroeg met veel bier moest ik er tegen aan gooien om het hem te ontfutselen. Toen hij laveloos op de grond lag, doddelde hij:

"Die knaagkevers stoppen met knagen, zodra de torenklok twaalf slaat. Dan pauzeren ze. En ze gaan weer door, als de klok twee uur slaat. Dus als je er voor zorgt dat de klok niet meer twee uur slaat, dan ....".