73. 14 september 1990

De bollenboeren in het westen hadden het sneller door dan die lui van het arbeidsbureau. En die deden toch zo hun best om te voldoen aan de harde roep van de bollenboeren om arbeidskrachten. Snel plukten de nijvere ambtenaren van het arbeidsbureau een stel kaarten uit de overvolle bakken. Het zou toch niet zo moeilijk moeten zijn die honderden werklozen te vinden, wier namen al een hele tijd op zo'n kaart staan te prijken en die nu eindelijk eens aan het werk gezet konden worden. In het verre Stadskanaal, helemaal in Groningen bij de Duitse grens, werden bussen gehuurd om de werklozen naar het westen af te voeren om ze daar eens te laten werken voor de kost. De FNV, de vakbeweging aldaar, werd woedend. De collega's in Stadkanaal werden hartstochtelijk bijgevallen door het hier in Leiden gevestigde arbeidsbureau, dat hun beleid 'verantwoord en legitiem' noemde. Met spanning wachtte ik op een reactie van de FNV hier in Leiden of van de politieke partijen. Die bleef een hele tijd uit, maar uiteindelijk was die te horen van Groen Links. Ik vroeg mij af, hoe het toch komt, dat in Groningen direct en fel werd gereageerd, en in Leiden slechts vanuit de linkse hoek en dan pas na verloop van tijd. Juist in Leiden zou je, net als in Groningen een fel antwoord verwachten. In de fabrieksstad Leiden met zijn rijke geschiedenis van het socialisme, met een belangrijke rol van de vakbeweging, vroeger de Leidsche Bestuurdersbond, en de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij, de voorganger van de Partij van de Arbeid, die zeer fel voor de belangen van de werklozen opkwamen, hebben nog tot in onze tijd gezorgd voor de traditie van hoe men het werklooosheidsprobleem in onze stad benadert. In die traditie is het niet vanzelfsprekend, dat al het aangeboden werk passend is. Het moet aan bepaalde eisen voldoen. Binnen de vakbeweging denkt men daar bij aan de eis, dat het werk moet bijdragen aan het bewerkstelligen van een vaste arbeidsplaats. Het moet dus leiden tot een baan. Ik denk hierbij bijvoorbeeld aan de sociale werkvoorziening. Die heeft als taak het zorgen voor een zinvolle bezigheid voor al die personen, die door lichamelijke of geestelijke beperkingen in het gewone arbeidsproces niet aan de bak komen, maar daarnaast de buitengewoon belangrijke taak, om personen, die door een tijdelijke ziekte of door een wat geringer lichamelijke of geestelijke onvolkomenheid uit het arbeidsproces rollen, er weer naar toe te loodsen. Dit gebeurt door hun een werkplek te verschaffen bij een gewone werkgever, maar in dienst van de werkplaats, De Zijlbedrijven in het Leidse geval, met daarbij de bedoeling, dat deze persoon na verloop van tijd een vast dienstverband bij die werkgever krijgt en dus een normale baan verwerft. Het werkervaringsprojekt van de zogenaamde omgevingsvaklieden is daar een uitstekend voorbeeld van. De jongeren ontwikkelen zo allerlei eigenschappen, waarmee zij hun kansen op een baan vergroten. Het gevoel van niet meer nuttig te zijn, niet meer nodig te zijn is voor heel veel werklozen een groot probleem. Daarom dient het arbeidsbureau omzichtig met de bij hem ingeschreven langdurig werklozen om te gaan en zich steeds voor ogen te houden, dat zijn doelstelling altijd moet zijn: het begeleiden van deze personen naar het reguliere arbeidsproces. De veelgehoorde frasen 'Wie niet werkt, zal niet eten' en 'in het zweet uws aanschijns zult gij uw brood verdienen' rechtvaardigen niet deportatie en dwangarbeid van langdurig werkloze mensen. Evenmin dat er met hun gesold wordt.