75. 28 september 1990

Pas geleden is de keuze gevallen op het onderwerp waar u volgend jaar een antwoord mag geven. U moet dan toch naar de stembus om voor de Provinciale Staten te gaan kiezen. Als u bewoner bent van de gemeente Leiden krijgt u een vraag voorgelegd. Deze gaat over de sluitingstijden van de Leidse kroegen. Daar moet u zich in de komende maanden mee gaan bezighouden, want u moet tegen die tijd wel weten waar u advies aan de gemeente over moet gaan uitbrengen.

Laat ik u vandaag een kleine inleiding in deze problematiek geven. Het schijnt zo te zijn dat een groot gedeelte van de Leidenaren voortdurend in hun welverdiende nachtrust worden gestoord door nachtelijke hordes dronken en aangeschoten Leidenaren, die over de donkere straten zwalken. Door de week vindt dat verschijnsel steeds rond één uur plaats, in het weekend is dat zo rond twee uur. De binnenstad wordt dan onveilig gemaakt door lallende discogangers en kroeglopers, die zelfs op dat uur er nog niets voor voelen zich naar hun warme bed te spoeden, zoals de nette Leidse burger dat doet. Steeds na het laatste Journaal gaan in een ordentelijk Leids huis de lichten uit, wordt de hond nog even uitgelaten en gaat de boel op het nachtslot. Aan de Langegracht in de lichtfabriek schakelt de dienstdoende ploeg enkele generatoren uit omdat het stroomverbruik door de massale uitschakeling van TV-toestellen drastisch terugloopt. Even nog neemt het waterverbruik daarentegen drastisch toe vanwege de stoelgang van de Leidse burgers en dan begint de nacht in de stad. Er dient dan stilte te heersen op de straten en in de lanen. Maar in het centrum vindt deze dagelijkse routine niet plaats. Daar verzamelen zich juist allerlei lieden, die helemaal niet aan slaap denken, integendeel. De Leidse burger vindt dat goed, als hij maar kan slapen. Verreweg de meesten kunnen dat ook en bevinden zich, als de tap pas volop zijn bieren uitgulpt, in een weldadige nachtroes. In het algemeen zijn dat de burgers, die hun huisvesting in de saaie buitenwijken hebben. Enkele daarentegen kunnen de slaap niet vatten. Zij, die hun woning hebben in de onmiddellijke nabijheid van zo'n echte Leidse kroeg. Zij horen het aanvankelijk geroezemoes, nog wel uit te houden, maar met steeds toenemend volume gezang, dronkemansgelal en de discodreun. Omstreeks sluitingstijd is de stemming er meestal pas goed in en wanneer de kastelein, bang voor een surveillerende agent, het signaal voor het laatste rondje geeft, is het geproduceerde menselijke en electronische geluid op zijn sterkst. Wat later sluit de kastelein opgelucht zijn deur, blij, dat hij zijn klanten alweer zonder noemenswaardig geknok heeft weggewerkt. Dan staan ze op straat. Geen geluidsisolerende muren meer. De Leidse binnenstadbewoner wordt dan klaar wakker en kijkt geërgerd op zijn klok. En klaagt bij de gemeente, die dan met dat probleem zit opgescheept. Het vrijlaten van de sluitingstijden, wat sommigen willen, verlost de slapende burger niet van het geluid van de dronken kroegloper, maar zorgt er juist voor, dat dat geluid de hele nacht zo'n beetje voortgaat, misschien wat minder luid, maar toch net genoeg, om hem wakker te maken en te houden. Dag, nachtrust. Kroegen sluiten dan? Dat is wel erg veel gevraagd. Een stad zonder kroegen kan niet. En zolang er kroegen zijn, zal er dus ook een geluidsprobleem zijn. Kroegen gaan nu eenmaal open en dus ook weer dicht. Daarom volgend jaar aan u, Leids burger, de vraag: wilt u kroegen in uw stad, of wilt u ze niet. Zie ik u glimlachen?