77. 19 oktober 1990

In ons gezapig provinciestadje Leiden gebeuren in het algemeen erg weinig dingen. Vaak kan ik er om kan lachen, want er vinden vrijwel nooit voorvallen plaats, waar ik mij boos over maak. Deze week gebeurde er echter iets, waar ik wel wat over zou willen zeggen. Maar niet alleen dat; desbetreffende gebeurtenis zette mij ook aan het denken, dat is tenminste een positief gevolg, maar ook het enige.

De vraag, die ik aan mijzelf stelde was, wat is een democratie waard, wanneer het politieapparaat die democratische waarden met voeten treedt. U hoort het al, ik heb het over het gewelddadige optreden van de Leidse Hermandad voor die hamburgertent aan de Beestenmarkt. Uit het optreden blijkt, dat de stad Leiden een gewone bekrompen provinciestad is met zijn benepen normpjes, waar de politie zich kennelijk aan houdt. Ik kan het mij best wel voorstellen. Een keurige politieagent, die uit een net gezin komt ziet zich tegenover een wat slordig gekleed persoon staan, dat niet onmiddellijk doet wat hij van die persoon verlangt. De dorpsveldwachter Bromsnor komt dan in functie. Met machtsvertoon, gepaard met geweld wordt het Gezag dan afgedwongen. En in die gevallen wordt het staatsgezag bijgestaan door keurige burgers, die Bromsnor willen bijstaan in zijn optreden tegen het langharig gespuis. Recht en orde zal er heersen. En die agenten laten dat toe, dat burgers, die niet gebonden zjn aan wets- en andere voorschriften, waar de politie zich in een rechtsstaat wel aan te houden heeft, eigen rechter gaan spelen over andere burgers, zelfs aanhoudingen gaan verrichten.

Het handhaven van het gezag van de overheid is een exclusieve taak voor de politie. Daarmee heeft dat staatsapparaat een zeer grote en zware verantwoordelijkheid. Het is zijn taak om het echt te handhaven ten aanzien van ieder persoon, ongeacht hoe die er uit ziet, wat die doet, welke huidskleur en welk geloof die heeft. Voor de wet is iedereen gelijk, zoiets staat ook met grote letters op de muur van het politiebureau aan de Langegracht.

Dat betekent eenvoudig, dat de politieagent gehouden is ook hem minder welgevallige personen te beschermen en voor zijn veiligheid in te staan. De punker en de skinhead moeten kunnen rekenen op bescherming van de politie wanneer dat nodig is. De agent hoort niet te kijken naar het uiterlijk van een persoon. Een gescheurde spijkerbroek met een T-shirt zonder mouwen mag geen verschil maken met een keurig maatpak met bijpassende stropdas. Ook hoort de agent niet te letten waarvoor een aktie of demonstratie wordt gevoerd. In een democratische maatschappij is er recht op vrije meningsuiting, die onbelemmerd moet kunnen worden geuit. Dat recht behoort door de politie te worden gewaarborgd. Ook waar het gaat om demonstraties waar hij het persoonlijk niet mee eens is, of die hij zelfs verafschuwt. Hij hoort te letten op de wijze, waarop iets geschiedt en daar op passende en verantwoorde wijze te reageren. Met respect voor de lichamelijke en geestelijke integriteit, onaanraakbaarheid, van iedereen.

Een politieapparaat, dat zelf niet in staat is de democratische rechten van iedere burger te waarborgen vormt zelf een gevaar voor de democratie.

Daarom maak ik mij ongerust na het Leidse politieoptreden. Ik hoop daarom, dat de betrokkenen, die aan die demonstratie hebben deelgenomen, de moed zullen opbrengen om een aanklacht in te dienen tegen de Leidse gemeentepolitie, zodat zij zelf gaat nadenken over haar democratisch gehalte, die toch basis vormt voor onze rechtsstaat.