8. 10 februari 1989

Eindelijk stond het eens in de krant, ook Wassenaar heeft zijn onderkant. Ik las het met een zekere opluchting. Het is dus niet alleen Leiden in onze regio met zijn twintig procent van de inwoners, die zich op of onder de armoedegrens bevinden of Den Haag waar ruim dertig procent van de bevolking zich op of onder deze magische grens bevindt. Het maatschappelijk verschijnsel doet zich dus ook al voor in de kleine dorpjes, zij het dan in geringere mate, maar toch. Ik weet niet niet of ik toehoorders heb in het verre Wassenaar, maar echt, ik keek er van op. Voor mij is Wassenaar gewoon een deftig dorp. Iedere keer als ik er doorheen fiets word ik geïmponeerd door de prachtige villa's en de uitgestrekte landgoederen. Ik mag er dan ook graag vertoeven in zo'n achttiende-eeuwse tuin, waarin allerlei wulpse Griekse nymfen mij uitdagend toelonken. De prachtige ligging van het gemeentehuis midden in de bossen, langs de rijksstraatweg maakt aan iedere voorbijganger duidelijk hoe welgesteld en machtig dit idyllisch dorp is. Uit niets blijkt eigenlijk, dat de onderkant van de samenleving ook daar aanwezig is. Maar een welzijnswerker signaleert, dat de armoede ook in Wassenaar voorkomt. Gelukkig kun je dat niet zien. Want het is daar een net dorp met schone straten en mooie goed onderhouden huizen. De bebouwde kom is ruim opgezet, waardoor de armoede achter de voorgevel onzichtbaar blijft. Ze hoeven zich daar dus niet te schamen. Toch zit Wassenaar met dit probleem in zijn maag. Het is ook niet leuk voor zo'n deftige gemeente om die armoedzaaiers te herbergen. Voor hun is een steunfonds in het leven geroepen, waarmee ernstige gevallen kunnen worden geholpen, als de TV stuk is of de wasmachine en het geld op is en ook het vakantiegeld. Maar de mogelijkheden zijn beperkt, zegt de Wassenaarse welzijnswerker, want, ik citeer maar even uit de krant: "Je zou kunnen denken aan iemand die werkloos is geworden maar nog een lening voor een wasmachine heeft lopen. Het bedrag zal nooit erg hoog zijn. Iemand met een schuld van 70.000 gulden kunnen wij niet helpen".

Als je zoveel geld hebt uitgeven aan wasmachines, dan kun je zelfs daar dus niet meer geholpen worden.De onderkant van de maatschappij is er ook in Leiderdorp. Dat vermoeden kreeg ik bevestigd, toen ik vernam, dat deze gemeente een sociaal rechercheur benoemde. Ook daar dus al uitkeringsgerechtigden. De rechercheur kreeg tot mooie taak om te gaan controleren of zij de weinige door de staat afgeschoven centjes wel rechtmatig ontvangen en of ze de staat niet belazeren door die aalmoes te accepteren, terwijl ze misschien wel samenwonen met iemand, wat je kunt zien als er twee stellen ondergoed aan de waslijn hangen. Of, nog erger, misschien toch wel werken, wat je kunt zien als ze 'smorgens met een boterhamzakje hun huis verlaten. Om het werk van de rechercheur enigszins te vergemakkelijken, zal Leiderdorp de minimumloners en uitkeringsgerechtigden de mogelijkheid geven om tegen korting naar het zwembad te gaan. De rechercheur kan dan zijn werkplek op of bij het zwembad inrichten. Onherkenbaar, slechts met een zwembroek aan, waart deze functionaris rond en zal hij er scherp op letten wie van de korting gebruik maken en hoe lang zij zich in het water dan wel in het zonnetje ophouden en met wie. Zij die zich iedere dag in het zwembad bevinden, kunnen nooit echt bezig zijn met een sollicitatie of aan een opleiding.