82. 23 november 1990

"Kijk", zei drs. Plukvogel, "Wij zitten nu met die uitspraak van Alders, die minister van millieu. Die zei, dat er niet meer mag worden gebouwd in het Groene Hart van Zuid-Holland. Dat betekent dat Leiden niet meer kan bouwen buiten de huidige bebouwde kom. Niet meer in de polders, die nu nog rond de stad liggen. Denkt u maar aan de Oostvlietpolder, die ze wilden volbouwen. De gemeente moet dus gaten gaan vullen: bouwen op open plaatsen in de stad zelf. Daar speelt mijn bedrijf natuurlijk op in. Erika kijkt dan omhoog. Als u dat nu ook doet (ik keek dus omhoog) dan ziet u slechts wolken. Inderdaad, meneer Wortel, tussen de begane grond en die wolken is helemaal niets. Daar is alleen maar ruimte, lucht. Daar hebben wij dus ons oog op laten vallen. Wij gaan aan de gemeente binnenkort enkele plannen voorleggen, die te maken hebben hebben met die enorme ruimte boven de stad in het algemeen en die boven het centrum in het bijzonder. Daar heeft die Alders het niet, nog niet, over gehad. Wij moeten dus de hoogte in. En dat kan. Zeker nu het vliegveld Valkenburg wordt opgedoekt hebben wij geen last van die steeds maar laag overvliegende Orions van de marine. Wij kunnen dus heel hoog. We moeten allen nog rekening houden met Schiphol, maar men verzekerde ons. dat de aankomende en vertrekkende vliegtuigen boven Leiden nog zeer hoog zijn. U heeft zelf al kunnen vaststellen, dat de gemeente op zich niet negatief staat tegen hoogbouw. Vlakbij de Morsweg heeft de gemeente pas geleden een tamelijk hoge flat neergezet. Het is niet zo hoog, als wij zouden willen, maar het is een aardig begin. Neemt u als voorbeeld het plan, dat wij gemaakt hebben voor het terrein, waar nu de meelfabriek staat. Een woningbouwvereniging wil daar wat hoge flats neer zetten, maar wij zouden het jammer vinden als die plannen zouden worden uitgevoerd. Die terreinen daar zijn een fantastische gelegenheid om eens wat nieuws te gaan doen. Het terrein heeft als voordeel, dat er altijd al een kolos gestaan heeft, dus de bevolking is die skyline gewend. De meelfabrieken zijn altijd min of meer bepalend geweest voor die skyline. Wij willen die traditie voortzetten. Ook weer met iets hoogs, en met iets creatiefs, iets nieuws. Leiden heeft een kans om voorop te lopen in een volkomen nieuwe ontwikkeling, een trend te zetten. Tenslotte is deze stad natuurlijk niet de enige, die met dat probleem te maken heeft. Er zijn een heleboel steden rond dat Groene Hart, die met hetzelfde probleem kampen. Die zullen dus met belangstelling naar Leiden kijken, trouwens, heel Nederland, wat zeg ik, heel Europa. Amerika niet natuurlijk, die kennen die hooghoogbouw al heel lang. Daar hebben wij naar gekeken. Die Amerikaanse steden zijn altijd altijd geconfronteerd met dat zelfde ruimteprobleem, waar Leiden ook mee te maken heeft. Van hun ervaringen moeten wij leren. Naar boven toe moeten wij".

Drs Plukvogel keek peinzend naar de lucht.

"Wat een prachtige wolken zijn dat. Al die verschillende grijstinten. Wat moet het mooi zijn om daarin te wonen. Wonen in de wolken. Die voortdurende afwisseling. En dan de zon. Terwijl het in de stad regent, zit jij op je balkonnetje te genieten. Onder je die wolken, en jij in de zon, op je balkonnetje. En je wordt zo bruin van die zon, net als in de bergen. Wij hebben uitgerekend, dat wij met vijfhonderd verdiepingen een heel eind komen. Dan zitten we op zo'n 1500 meter. Middengebergte ongeveer. De Vogezen, ja, daar zit je dan. Dat moet die droge ambtenaren toch aanspreken. Of zouden ze daar ook weer tegen zijn".