87. 28 december 1990

Het hoofd van de directie Economische Zaken van de gemeente Leiden, drs. R.S. Riesing, hij stelt het altijd zeer op prijs als ik voor de radio zijn functie minstens één maal volledig noem, hing aan de bar. Zo kende ik hem niet, deze echte no-nonsense-ambtenaar, waar de gemeente er zo weinig van heeft, is weliswaar vrijgezel, dus het is niet zo gek, dat hij in deze voor alleengangers zo moeilijke dagen de gezelligheid zoekt buiten de eigen woning, maar hij zag er nu wel erg vermoeid uit, overwerkt bijna. Ik ken hem goed genoeg om te weten, dat hij geweldig depri kan zijn, maar nu twijfelde ik, of ik hem die avond met een goed gesprek en goed gevuld glas kon redden.

"Ha, die Riesing", begon ik joviaal, "Ook aan de drank?".

Hij zuchtte diep.

"Doe asjeblieft niet zo lollig," antwoordde hij met een vermoeide stem, "Ik ben daar niet voor in de stemming. Problemen, Wortel - wij gebruiken altijd elkaars achternamen, want dat is nu eenmaal zijn stijl, voornamen en dat je-en-jij-gedoe vindt hij flauwekul - Heb je de Breestraat gezien? En de Haarlemmerstraat? Allemaal hebben ze een kerstboom in hun etalage en kerstverlichting en dan ook nog kerstversiering op de gevel. En dan al die muziek uit de kledingboetieks: kerstmuziek. "Kindje Jezus is geboren" uit zo'n zaak. Ik word daar zo ellendig van, zo wee. Het hele jaar ga je met ze om als ondernemer, zakelijk, altijd over geld en over de binnenstad, want ze hebben altijd wel wat te kankeren op mijn directie. Je legt ze in de watten, steeds geef je ze hun zin, tot en met zo'n blindegeleidestrook aan toe. Ik geef het te doen, uit te voeren wat ze willen".

Riesing was dus erg depri. Ik staarde naar dat hoopje mens op de barkruk. Ik mocht hem nu eenmaal erg graag, dus ik vond dat ik moest ingrijpen. Ik moest hem voor de zoveelste keer uit de put halen.

"Waarom zoek je niet een ordentelijke baan?" adviseerde ik hem, "Zo'n baantje bij de gemeente lijkt mij ook niks voor jou. Wat jij moet doen is ondernemer worden. Een eigen bedrijf, met veel mensen in dienst, die tenminste doen wat jij wilt. Een behoorlijk inkomentje voor je zelf. Kop op, je heb toch je connecties bij de gemeente, een hoop kun je nog voor jezelf regelen. De overheid is toch helemaal niks meer tegenwoordig. De zekerheden die je als ambtenaar hebt worden zo'n beetje afgeschaft. Er is toch wel een interessant gat in de markt". Riesing klaarde meteen op:

"Dat klinkt niet zo gek, wat je zegt. Een eigen onderneming. Moeilijk is dat niet. Eigenlijk niet zo gek wat je zegt. Er is maar één probleem. Wat is het gat in de markt? Daar zal ik eens rustig over nadenken. En weet je wat, zodra ik dat weet en mijn onderneming van de grond komt, benoem ik jou tot onderdirecteur, want jij had het idee. Wat zeg ik? Onderdirecteur, nee, ik maak je medevennoot, nee, ook dat niet, ik maak je directeur, en ik mijzelf onderdirecteur. Word jij maar de grote baas en doe jij het werk maar. Als jij volgend jaar eens vertelt, wat voor produkt je op de markt wilt gaan brengen, dan help ik je met de rest. Ik weet nog wel ergens een aardig pandje, geld mag ook geen probleem zijn, dat ritsel ik wel met een of andere bank. Het moet wel groot zijn, iets internationaals. Ik denk toch aan de Europese markt, Nederland is te klein, en bovendien veel te veel regels. Altijd die overheid, die er tussen zit met al die vergunningen. Daar weet ik alles van, hoewel ik dus ook weet hoe je regels omzeilt.Ik voel me nu weer een stuk beter. Ik begin er meteen aan op 2 januari".